Stap voor stap komt deze site in een nieuwe jas weer on-line. Links vindt u de rubrieken.
Nu werkend is: t/m Muziek - Algemeen . www.audio-muziek.nl |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Rubriekenmuziek opera/operette portretten audio/video boeken | Muziek AlgemeenHet Van den Heuvel orgel in de Saint Eustache, Parijs© Armand van Ommeren, januari 1990
Al vele jaren staat in mijn platenkast een oude Erato‑LP (EFM 8011) van André Marchal (organist van de Saint Eustache van 1945‑1963), waarop deze het Gonzalez orgel in de Saint Eustache te Parijs bespeelt. Een plaat waar ik altijd een zwak voor heb gehad. Mede daardoor heb ik ook iets met de Saint Eustache, hoewel ik de kerk nog nooit in natura had gezien. Eerlijk gezegd was ik nog nooit in de binnenlanden van Parijs geweest: verder dan de Boulevard Périphérique kwam ik nooit ‑ de roep van Langedoque en Provence was altijd sterker... Medio September '89 kwam daar verandering in toen Hans Goddijn en ik naar l'Eglise de Saint Eustache togen, om het nieuwe orgel dat de Nederlandse Firma Van den Heuvel uit Dordrecht heeft gebouwd te bekijken. Tegen het einde van de twaalfde eeuw lag aan de rechter oever van de Seine een grote vlakte die 'Champeaux' werd genoemd. Philippe Auguste vestigde daar een markt, die uit zou groeien tot de latere Hallen van Parijs. De wijk breide zich snel uit en in 1213 vond men er sporen van een kapel ‑ Chapelle Sainte‑Agnès ‑ gelegen bij het begin van de Chemin de Montmartre. De overlevering vertelt ons verder over een Parijzenaar, Alais geheten, die geld aan de Koning had geleend. Toen deze dat niet terug kon betalen kreeg de brave Parijzenaar toestemming op elke mand vis die hij aan de Hallen verkocht een bedrag in te houden. De winst daarop liep echter zo hoog op, dat Alais er wat verlegen mee werd en besloot van dat geld een nieuwe kapel te bouwen gewijd aan Sainte Agnès, een jonge Romeinse martelares. Al snel werd de naam van de kapel veranderd in Saint Eustache, die in 1223 parochiekerk voor de Hallen werd. Saint Eustache ‑ de parochie van de hallenGedurende drie eeuwen bleef de Saint Eustache ‑ hoewel nog steeds een kapel ‑ één van de rijkste en drukst bezochte parochies van Parijs. Men vond toen dat er een waardiger gebouw diende te komen voor zo'n belangrijke religieuze ontmoetingsplaats. Op 9 Augustus 1532 legde Jean de La Barre, burgemeester van Parijs, de eerste steen van de huidige kathedraal. De bouw duurde meer dan 100 jaar: godsdiensttwisten en gebrek aan geld vertraagden de bouw. Op 26 April 1637 werd de kerk door aartsbisschop Jean‑Francois de Gondi ingewijd. Ondanks de zeer lange bouwtijd zag men kans een eenheid van stijl te bewaren die zeldzaam is; veel kathedralen waar zolang aan gewerkt is dragen duidelijke sporen van veranderde inzichten. In 1665 liet Colbert, eerste kerkmeester en beschermheer van de kerk, onder de voorgevel van de kerk twee kapellen maken, gedecoreerd door Mignard en Het gat dat 'Les Halles' in 1969 achterlieten is inmiddels smaakvol opgevuld en doet de Saint Eustache aan de Rue Montmartre zeer tot zijn recht komen. Maar als je, zoals Hans Goddijn en ik, de kerk nadert door de Rue Coquillere ‑ vanuit het Westen dus ‑ dan denk je even dat de Saint Eustache eigenlijk een onooglijke kerk is. Hij doet dan sterk denken aan wat we in Nederland wel 'Waterstaatkerken' noemen: de onafgebouwde voorgevel is niet de imposantste die men zich voor kan stellen. Loop je dan naar binnen dan ben je werkelijk stomverbaasd. Zo'n gigantische, hoge en zeer sierlijke kerk verwacht je niet achter die vierkante voorgevel. De afmetingen liegen er dan ook niet om: 100 lang, 43 meter breed en bijna 34 meter hoog! Het orgel van de Saint EustacheZijn de bouw en de wijzigingen aan de voorgevel van de kerk niet allemaal vlekkeloos verlopen, voor het orgel geldt dat in nog veel sterkere mate. Bekend is dat er in 1559 ‑ toen de Eustache nog in aanbouw was ‑ al een orgel stond. Een orgel gebouwd door bouwer Josseline uit Rouen. Dat blijkt uit het oudste document waarin over een orgel in de Eustache wordt gesproken: een reparatienota uit 1565 van bouwer Pigache. De recente, goed gedocumenteerde geschiedenis van het orgel begint in 1802. Dan plaatst Pierre‑Francois Dallery het eerste grote orgel in de kerk. Het gaat om een oud instrument, afkomstig uit de Saint Germain des Prés en oorspronkelijk in 1667 gebouwd door Thierry. In 1844 werd dat orgel helemaal gereconstrueerd op advies van Félix Danjou door de firma Daublaine & Callinet. De leiding had Charles Barker, bekend van zijn 'Barker hefboom'. Het 'nieuwe' orgel had in totaal 69 stemmen, waarvan er 19 uit het oude Thierry orgel afkomstig waren. Ook werd de oorspronkelijke orgelkast overgenomen. Opmerkelijk was het totaal van 26 tongwerkstemmen en het dubbele pedaalklavier. Op 19 Juni 1844 werd het orgel door zeven, toen beroemde organisten in gebruik genomen. Een paar maanden later was Charles Barker het orgel aan het stemmen en liet bij zijn werk helemaal boven in het donkere orgel, zijn brandende kaars vallen. Zijn assistent en hij konden zich ternauwernood op tijd in veiligheid brengen. Voor het orgel kwam elke hulp te laat, er bleef niets van over. Sinds die dag ‑ de kerk was toen al ca. 250 jaar oud ‑ zegt men dat de duivel huist in het orgel van de Saint Eustache..... Tien jaar later kwam er een nieuw orgel naar plannen van Charles Barker, die inmiddels een belangrijke functie had gekregen bij de firma Ducroquet. De nieuwe orgelkast werd gemaakt door Victor Baltard. In 1854 werd dat orgel in gebruik genomen door César Franck en Jacques Nicolas Lemmens. Kennelijk was men niet tevreden over het orgel ‑ of men zag kans de stad Parijs nog enige pecunia af te zetten ‑ want het orgel werd in 1876 verbouwd door Merklin en bij die gelegenheid uitgebreid naar 72 stemmen. Wederom werd het feestelijk in gebruik genomen met een groot concert door César Franck, Théodor Dubois, Alexandre Guilmant, Eugène Gigout en Henry Dallier. ![]() Frontaanzicht (detail) In 1978 was het orgel alweer onbespeelbaar. Uiteindelijk werd besloten om het instrument geheel te vernieuwen en de schitterende kast te restaureren. De opdracht werd gegeven aan Jean Dunand uit Lyon. Oplevering in het najaar van 1979. U raadt het al, daar kwam ook niet veel van terecht. Steeds werd de oplevering uitgesteld en in 1984 was het bestuur van de stad Parijs het ‑ eindelijk ‑ zat. De zaak kwam aan het rollen doordat de ambtenaar van de stad Parijs die de betalingen goedkeurde overleed. Inmiddels was Jean‑Louis Coignet adviseur van de stad Parijs geworden (1982) en aan hem de ondankbare taak het geheel te inventariseren en uit te spitten. Burgemeester Jacques Chirac was woedend. Er werd een rapport gevraagd van onpartijdige orgelbouwers. De conclusie was even eenvoudig als vernietigend: afbreken en opnieuw beginnen. OpdrachtIn Maart 1985 werd een aantal internationaal goed bekend staande orgelbouwers uitgenodigd een plan in te dienen voor een nieuw orgel achter het bestaande monumentale front van Victor Baltard uit 1854. Deze plannen werden door een commissie van de vooraanstaanste Franse organisten en adviseurs beoordeeld. Opmerkelijk is dat de adviseurs in Frankrijk slechts een onkostenvergoeding krijgen, terwijl het in ons land gebruikelijk schijnt te zijn dat deze een percentage (5 ‑ 10%) van de bouwkosten krijgen! Jan van den Heuvel: "We wisten dat het door ons gebouwde orgel in Katwijk veel indruk op de Fransen had gemaakt; Guillou (vaste organist van de Saint Eustache) die er op had gespeeld en Jean Louis Coignet ‑ de adviseur van de stad Parijs ‑ waren zeer enthousiast. Kort nadat we de plannen voor de Eustache hadden ingediend werden we ook nog gebeld door de grootste orgelbouwer uit Canada die graag het orgel in Katwijk wilde zien. Al snel bleek dat dit doorgestoken kaart was: de adviseur van de stad Parijs zat namelijk in dat gezelschap en probeerde via bezoeken aan orgels, gebouwd door de verschillende inzenders, hun werk te beoordelen. In die opzet slaagden ze overigens, want op die manier bezocht men inderdaad produkten van alle inzenders. Prettig voor ons was dat men in Parijs al direct onder de indruk was van de kwaliteit van ons werk. Bouwtechnisch stonden we vanaf het begin nummer 1." De eerste ervaringen met de Fransen waren wel bijzonder. Het kleine bedrijf in Dordrecht 'sprak niet van over de grens' en hoewel de adviseur in Parijs Engels sprak, verliepen de contacten ‑ hoe hartelijk ook ‑ niet altijd even gemakkelijk. Het was voor ons dan ook een bijzondere ervaring door de ingewanden van de Eustache naar een kamer geleid te worden (ik had niet vermoed dat zulke ruimten in zo'n kerk bestonden!) waar een volledig ingerichte keuken en andere verblijven voor de mensen van Van den Heuvel waren ingericht en waar een speciaal voor de maaltijden meegekomen Nederlandse huismoeder ons Douwe Egberts koffie schenkt, compleet met melk van Albert Heijn! Dan blijkt dat de club Nederlandse orgelbouwers een tamelijk gesloten gezelschap is en eigenlijk een Nederlands leven leidt in het meest Parijse stukje van Parijs. Hoe je daar ook over denkt, het is wel dé manier om het hoofd bij het orgel te houden en met een goed resultaat voor de dag te komen! Ik weet het natuurlijk niet, maar ik heb het vaag vermoeden dat eerdere orgelbouwers in deze kerk daar heel andere opvattingen over hadden. Zou toch kunnen? Verstandig is de benadering van Van den Heuvel natuurlijk wèl: ga maar eens een jaar met een ploeg mensen in een hotel zitten! Dat kost op jaarbasis gauw enige tonnen! Denk dan ook nog even aan het tijdverlies dat eten in restaurants ‑ drie maal per dag! ‑ oplevert. Vandaar dat men besloot ‑ met hulp van Parijs ‑ dat anders aan te pakken. Over de taal: in Parijs gaat het nog wel, men is ‑ zeker de laatste jaren ‑ wel wat internationaler aan het worden, maar heb geen illusies: in Genève ‑ waar Van den Heuvel in de Victoria-hal een nieuw concertorgel bouwt ‑ is het vaak onmogelijk in het Engels iets te bereiken. Zeker via de telefoon. Dat hadden wij toch niet verwacht. Vraag aan Jan en Peter van den Heuvel, of het verhaal over de ellende in het verleden met het orgel niet erg zwart/wit is voorgesteld? "Nee, absoluut niet. Vraag het Guillou maar, die heeft in al die jaren nauwelijks op het orgel kunnen spelen. In 1977 of 78 heeft het orgel voor het laatst in een dienst gespeeld. Daarna is Parijs een jaar of zes, zeven aan het lijntje gehouden met geen ander resultaat dan dat het orgel in zijn geheel de container is ingegaan. Om een lang verhaal kort te maken, sinds 1977 is er in de Saint Eustache niet meer gespeeld. Begin zeventiger jaren heeft Guillou de firma Gonzalez voor oplichters uitgemaakt, omdat er wel steeds werd betaald ‑ inmiddels al meer dan drie maal de afgesproken prijs ‑ maar er geen orgel werd opgeleverd. Dat kon, omdat de man die ze binnengehaald had, voor de betalingen zorgde. Toen die overleed en iemand anders de declaraties moest goedkeuren, kwam de hele zaak aan het rollen. Guillou werd voor de rechter gesleept èn veroordeeld! De symbolische boete van één Franc echter spreekt hier boekdelen. Op dat moment stond het stadsbestuur voor de keus: weer een nieuwe opdracht aan dezelfde bouwer, of een ander gaan zoeken. Gonzalez' opvolger ontving de advies commissie en liet deze een door zijn vader gebouwd orgel zien. Dat werd dus ook niks want de man was dan wel fantasierijk, maar met fantasie alléén kom je er ook niet."
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Eerste Klavier (Positief) | Vierde Klavier (Grand Choeur) |
| Quintation 16' | Violonbasse 16' |
| Montre 8' | Bourdon 16' |
| Bourdon 8' | Diapason 8' |
| Salicional 8' | Flûte Majeure 8' |
| Unda Maris 8' | Violon 8' |
| Prestant 4' | Grande Quinte 5 1/3' |
| Flûte à Fuseau 4' | Principal 4' |
| Nasard 2 2/3' | Flûte Conique 4' |
| Doublette 2' | Grande Tierce 3 1/5' |
| Tierce 1 3/5' | Quinte 2 2/3' |
| Larigot 1 1/3' | Grande Septième 2 2/7' |
| Septième 1 1/7' | Fifre 2' |
| Fourniture V | Grande Neuvième 1 7/9' |
| Cymbale II | Plein‑Jeu Harmonique II‑VII |
| Douçaine 16' | Clarinette 16' |
| Trompette 8' | Cor de Basset 8' |
| Cromorne 8' | Tuba Magna 16' |
| Clairon 4' | Tuba Mirabilis 8' |
| Cor Harmonique 4' | |
| Tweede Klavier (Grand Orgue) | |
| Montre 32' | Vijfde Klavier (Solo) |
| Montre 16' | Flûte Harmonique 8' |
| Principal 8' | Flûte Octaviante 4' |
| Grosse Flûte 8' I‑II | Nasard Harmonique 2 2/3' |
| Flûte à Cheminée 8' | Octavin 2' |
| Violoncelle 8' | Tierce Harmonique 1 3/5' |
| Prestant 4' | Piccolo I |
| Flûte 4' | Harmoniques III |
| Doublette 2' | Ranquette 16' |
| Grand Cornet III‑IV | Chalumeau 8' |
| Sesquialtera II | Trompette en Chamade I‑III |
| Grand Fourniture IV‑VIII | Trompeteria II |
| Plein‑Jeu IV‑V | |
| Bombarde 16' | Pedaal |
| Trompette 8' | Principal Basse 32' |
| Clairon 4' | Flûte 16' |
| Contrebasse 16' | |
| Derde Klavier (Récit Expressif) | Soubasse 16' |
| Flûte à Cheminée 16' | Grande Quinte 10 2/3' |
| Principal 8' | Flûte 8' |
| Flûte Traversière 8' | Violoncelle 8' |
| Cor de Nuit 8' | Grande Tierce 6 2/5' |
| Viole de Gambe 8' | Quinte 5 1/3' |
| Voix Céleste 8' | Flûte 4' |
| Octave 4' | Flûte 2' |
| Flûte Octaviante 4' | Théorbe II |
| Octavin 2' | Mixture V |
| Carillon III | Contre‑Bombarde 32' |
| Plein‑Jeu VI | Contre‑Trombone 32' |
| Contrebasson 32' | Bombarde 16' |
| Bombarde 16' | Basson 16' |
| Trompette Harmonique 8' | Trompette 8' |
| Basson‑Hautbois 8' | Baryton 8' |
| Voix Humaine 8' | Clairon 4' |
| Clairon Harmonique 4' |
De belangrijkste delen van het instrument zijn verdeeld over 5 niveau's:
[1] in het schip: de verrijdbare speeltafel;
[2] op het galerijniveau: de mechanische speeltafel, twee windmachines in geluidsdempende kisten, drie balgen, de maner met de Barkermachines, het Positif (Pos);
[3] op de eerste verdieping: Het Grand-Orgue (G-O), het Pédale (P1: tongwerken; P2: grote labialen; P3: kleine labialen) en de Tuba's van het Grand-Choeur (T). Een windmachine in geluidsdempende kist en acht balgen;
[4] op de tweede verdieping: het Récit (Réc) en het Grand-Choeur (G-Ch), twee windmachines in geluidsdempende kisten en zes balgen;
[5] op de derde verdieping: het Solo (S) met de Chamades (Ch), één windmachine in geluidsdempende kist en zes balgen.
Mahonie strappenhuizen dragen er toe bij dat ieder deel van het orgel makkelijk is te bereiken. De toegang naar de galerij en de wanden met deuren werden door Van den Heuvel gerealiseerd evenals de orgelkas restauratie en reconstructie van de verdwenen speeltafelwand en achterwand van het Positif.
Sponsors:
Advertenties:
|
Sponsors: |