Stap voor stap komt deze site in een nieuwe jas weer on-line. Links vindt u de rubrieken.
Nu werkend is: t/m Muziek - Algemeen .

www.audio-muziek.nl

Rubrieken

  actueel archief

muziek
  algemeen
  componisten/werken
  discografieën
  cd recensies
  dvd recensies
  lezersrubriek

opera/operette
  algemeen
  opera actueel
  discografieën
  cd recensies
  dvd recensies

portretten
  dirigenten
  ensembles/orkesten
  solisten
  interviews

audio/video
  apparatuur
  techniek
  video
  Jan Kool †
  lezersrubriek

boeken
  recensies
  Jan de Kruijff

  zoeken
  links
  contact

Muziek Algemeen

Het Van den Heuvel orgel in de Saint Eustache, Parijs

© Armand van Ommeren, januari 1990

Al vele jaren staat in mijn platenkast een oude Erato‑LP (EFM 8011) van André Marchal (organist van de Saint Eustache van 1945‑1963), waarop deze het Gonzalez orgel in de Saint Eustache te Parijs bespeelt. Een plaat waar ik altijd een zwak voor heb gehad. Mede daardoor heb ik ook iets met de Saint Eustache, hoewel ik de kerk nog nooit in natura had gezien. Eerlijk gezegd was ik nog nooit in de binnenlanden van Parijs geweest: verder dan de Boulevard Périphérique kwam ik nooit ‑ de roep van Langedoque en Provence was altijd sterker... Medio September '89 kwam daar verandering in toen Hans Goddijn en ik naar l'Eglise de Saint Eustache togen, om het nieuwe orgel dat de Nederlandse Firma Van den Heuvel uit Dordrecht heeft gebouwd te bekijken.

Tegen het einde van de twaalfde eeuw lag aan de rechter oever van de Seine een grote vlakte die 'Champeaux' werd genoemd. Philippe Auguste vestigde daar een markt, die uit zou groeien tot de latere Hallen van Parijs. De wijk breide zich snel uit en in 1213 vond men er sporen van een kapel ‑ Chapelle Sainte‑Agnès ‑ gelegen bij het begin van de Chemin de Montmartre. De overlevering vertelt ons verder over een Parijzenaar, Alais geheten, die geld aan de Koning had geleend. Toen deze dat niet terug kon betalen kreeg de brave Parijzenaar toestemming op elke mand vis die hij aan de Hallen verkocht een bedrag in te houden. De winst daarop liep echter zo hoog op, dat Alais er wat verlegen mee werd en besloot van dat geld een nieuwe kapel te bouwen gewijd aan Sainte Agnès, een jonge Romeinse martelares. Al snel werd de naam van de kapel veranderd in Saint Eustache, die in 1223 parochiekerk voor de Hallen werd.

Saint Eustache ‑ de parochie van de hallen

Gedurende drie eeuwen bleef de Saint Eustache ‑ hoewel nog steeds een kapel ‑ één van de rijkste en drukst bezochte parochies van Parijs. Men vond toen dat er een waardiger gebouw diende te komen voor zo'n belangrijke religieuze ontmoetingsplaats. Op 9 Augustus 1532 legde Jean de La Barre, burgemeester van Parijs, de eerste steen van de huidige kathedraal. De bouw duurde meer dan 100 jaar: godsdiensttwisten en gebrek aan geld vertraagden de bouw. Op 26 April 1637 werd de kerk door aartsbisschop Jean‑Francois de Gondi ingewijd. Ondanks de zeer lange bouwtijd zag men kans een eenheid van stijl te bewaren die zeldzaam is; veel kathedralen waar zolang aan gewerkt is dragen duidelijke sporen van veranderde inzichten. In 1665 liet Colbert, eerste kerkmeester en beschermheer van de kerk, onder de voorgevel van de kerk twee kapellen maken, gedecoreerd door Mignard en Lafosse. Na die werkzaamheden traden ernstige verzakkingen op en moest de oorspronkelijke voorgevel uit de 17e eeuw worden afgebroken. Jean Hardouin Mansart de Jouy maakte plannen voor een nieuwe voorgevel, waarvoor de eerste steen op 22 Mei 1754 werd gelegd door de Hertog van Chartres, de latere Philippe Egalité. Het werk werd voortgezet door Pierre‑Louis Moreau Desproux, die er een zwaar geheel van maakte, dat onvoltooid is gebleven. Verschillende malen hebben beroemde architecten als Du Cerceau, Levau en zelfs Baltard ontwerpen voor een nieuwe voorgevel voor de Saint Eustache gemaakt. Maar de kerk bleef zoals ze was: niet voltooide torens en met een voorgevel die ‑ zeker in de huidige gedaante ‑ geen recht doet aan de schitterende kerk die er achter schuil gaat.

Het gat dat 'Les Halles' in 1969 achterlieten is inmiddels smaakvol opgevuld en doet de Saint Eustache aan de Rue Montmartre zeer tot zijn recht komen. Maar als je, zoals Hans Goddijn en ik, de kerk nadert door de Rue Coquillere ‑ vanuit het Westen dus ‑ dan denk je even dat de Saint Eustache eigenlijk een onooglijke kerk is. Hij doet dan sterk denken aan wat we in Nederland wel 'Waterstaatkerken' noemen: de onafgebouwde voorgevel is niet de imposantste die men zich voor kan stellen. Loop je dan naar binnen dan ben je werkelijk stomverbaasd. Zo'n gigantische, hoge en zeer sierlijke kerk verwacht je niet achter die vierkante voorgevel. De afmetingen liegen er dan ook niet om: 100 lang, 43 meter breed en bijna 34 meter hoog!

Het orgel van de Saint Eustache

Zijn de bouw en de wijzigingen aan de voorgevel van de kerk niet allemaal vlekkeloos verlopen, voor het orgel geldt dat in nog veel sterkere mate. Bekend is dat er in 1559 ‑ toen de Eustache nog in aanbouw was ‑ al een orgel stond. Een orgel gebouwd door bouwer Josseline uit Rouen. Dat blijkt uit het oudste document waarin over een orgel in de Eustache wordt gesproken: een reparatienota uit 1565 van bouwer Pigache.

De recente, goed gedocumenteerde geschiedenis van het orgel begint in 1802. Dan plaatst Pierre‑Francois Dallery het eerste grote orgel in de kerk. Het gaat om een oud instrument, afkomstig uit de Saint Germain des Prés en oorspronkelijk in 1667 gebouwd door Thierry. In 1844 werd dat orgel helemaal gereconstrueerd op advies van Félix Danjou door de firma Daublaine & Callinet. De leiding had Charles Barker, bekend van zijn 'Barker hefboom'. Het 'nieuwe' orgel had in totaal 69 stemmen, waarvan er 19 uit het oude Thierry orgel afkomstig waren. Ook werd de oorspronkelijke orgelkast overgenomen. Opmerkelijk was het totaal van 26 tongwerkstemmen en het dubbele pedaalklavier. Op 19 Juni 1844 werd het orgel door zeven, toen beroemde organisten in gebruik genomen. Een paar maanden later was Charles Barker het orgel aan het stemmen en liet bij zijn werk helemaal boven in het donkere orgel, zijn brandende kaars vallen. Zijn assistent en hij konden zich ternauwernood op tijd in veiligheid brengen. Voor het orgel kwam elke hulp te laat, er bleef niets van over. Sinds die dag ‑ de kerk was toen al ca. 250 jaar oud ‑ zegt men dat de duivel huist in het orgel van de Saint Eustache.....

Tien jaar later kwam er een nieuw orgel naar plannen van Charles Barker, die inmiddels een belangrijke functie had gekregen bij de firma Ducroquet. De nieuwe orgelkast werd gemaakt door Victor Baltard. In 1854 werd dat orgel in gebruik genomen door César Franck en Jacques Nicolas Lemmens. Kennelijk was men niet tevreden over het orgel ‑ of men zag kans de stad Parijs nog enige pecunia af te zetten ‑ want het orgel werd in 1876 verbouwd door Merklin en bij die gelegenheid uitgebreid naar 72 stemmen. Wederom werd het feestelijk in gebruik genomen met een groot concert door César Franck, Théodor Dubois, Alexandre Guilmant, Eugène Gigout en Henry Dallier.


Frontaanzicht (detail)
Men bleef reconstrueren en uitbreiden: de in 1906 benoemde organist Josef Bonnet liet het orgel in 1926 ombouwen door Josef Rinckenbach. Het kreeg 84 stemmen, onder meer een zwelbaar positief met een omvang van 70 tonen. Zo werd ook een octaafkoppel mogelijk. De tractuur werkte elektropneumatisch. Voordat de bouwer met zijn werk klaar was ging hij failliet en zijn werk werd voltooid door Victor Gonzalez. In 1964 werd de opdracht tot totale ombouw verstrekt aan Jean Hermann. Deze stierf echter spoedig daarna en het werk werd overgenomen door Georges Danion die inmiddels Victor Gonzalez was opgevolgd. Wederom werd het orgel vergroot, nu tot 102 stemmen, verdeeld over 5 manualen en pedaal. Het werk werd opgeleverd in 1968. In 1972 werd het door dezelfde firma gerestaureerd, omdat het gevaarlijk was geworden op het orgel te spelen vanwege vonkoverslag!

In 1978 was het orgel alweer onbespeelbaar. Uiteindelijk werd besloten om het instrument geheel te vernieuwen en de schitterende kast te restaureren. De opdracht werd gegeven aan Jean Dunand uit Lyon. Oplevering in het najaar van 1979. U raadt het al, daar kwam ook niet veel van terecht. Steeds werd de oplevering uitgesteld en in 1984 was het bestuur van de stad Parijs het ‑ eindelijk ‑ zat. De zaak kwam aan het rollen doordat de ambtenaar van de stad Parijs die de betalingen goedkeurde overleed. Inmiddels was Jean‑Louis Coignet adviseur van de stad Parijs geworden (1982) en aan hem de ondankbare taak het geheel te inventariseren en uit te spitten. Burgemeester Jacques Chirac was woedend. Er werd een rapport gevraagd van onpartijdige orgelbouwers. De conclusie was even eenvoudig als vernietigend: afbreken en opnieuw beginnen.

Opdracht

In Maart 1985 werd een aantal internationaal goed bekend staande orgelbouwers uitgenodigd een plan in te dienen voor een nieuw orgel achter het bestaande monumentale front van Victor Baltard uit 1854. Deze plannen werden door een commissie van de vooraanstaanste Franse organisten en adviseurs beoordeeld. Opmerkelijk is dat de adviseurs in Frankrijk slechts een onkostenvergoeding krijgen, terwijl het in ons land gebruikelijk schijnt te zijn dat deze een percentage (5 ‑ 10%) van de bouwkosten krijgen!

Jan van den Heuvel: "We wisten dat het door ons gebouwde orgel in Katwijk veel indruk op de Fransen had gemaakt; Guillou (vaste organist van de Saint Eustache) die er op had gespeeld en Jean Louis Coignet ‑ de adviseur van de stad Parijs ‑ waren zeer enthousiast. Kort nadat we de plannen voor de Eustache hadden ingediend werden we ook nog gebeld door de grootste orgelbouwer uit Canada die graag het orgel in Katwijk wilde zien. Al snel bleek dat dit doorgestoken kaart was: de adviseur van de stad Parijs zat namelijk in dat gezelschap en probeerde via bezoeken aan orgels, gebouwd door de verschillende inzenders, hun werk te beoordelen. In die opzet slaagden ze overigens, want op die manier bezocht men inderdaad produkten van alle inzenders. Prettig voor ons was dat men in Parijs al direct onder de indruk was van de kwaliteit van ons werk. Bouwtechnisch stonden we vanaf het begin nummer 1."

De eerste ervaringen met de Fransen waren wel bijzonder. Het kleine bedrijf in Dordrecht 'sprak niet van over de grens' en hoewel de adviseur in Parijs Engels sprak, verliepen de contacten ‑ hoe hartelijk ook ‑ niet altijd even gemakkelijk. Het was voor ons dan ook een bijzondere ervaring door de ingewanden van de Eustache naar een kamer geleid te worden (ik had niet vermoed dat zulke ruimten in zo'n kerk bestonden!) waar een volledig ingerichte keuken en andere verblijven voor de mensen van Van den Heuvel waren ingericht en waar een speciaal voor de maaltijden meegekomen Nederlandse huismoeder ons Douwe Egberts koffie schenkt, compleet met melk van Albert Heijn! Dan blijkt dat de club Nederlandse orgelbouwers een tamelijk gesloten gezelschap is en eigenlijk een Nederlands leven leidt in het meest Parijse stukje van Parijs. Hoe je daar ook over denkt, het is wel dé manier om het hoofd bij het orgel te houden en met een goed resultaat voor de dag te komen! Ik weet het natuurlijk niet, maar ik heb het vaag vermoeden dat eerdere orgelbouwers in deze kerk daar heel andere opvattingen over hadden. Zou toch kunnen?

Verstandig is de benadering van Van den Heuvel natuurlijk wèl: ga maar eens een jaar met een ploeg mensen in een hotel zitten! Dat kost op jaarbasis gauw enige tonnen! Denk dan ook nog even aan het tijdverlies dat eten in restaurants ‑ drie maal per dag! ‑ oplevert. Vandaar dat men besloot ‑ met hulp van Parijs ‑ dat anders aan te pakken.

Over de taal: in Parijs gaat het nog wel, men is ‑ zeker de laatste jaren ‑ wel wat internationaler aan het worden, maar heb geen illusies: in Genève ‑ waar Van den Heuvel in de Victoria-hal een nieuw concertorgel bouwt ‑ is het vaak onmogelijk in het Engels iets te bereiken. Zeker via de telefoon. Dat hadden wij toch niet verwacht.

Vraag aan Jan en Peter van den Heuvel, of het verhaal over de ellende in het verleden met het orgel niet erg zwart/wit is voorgesteld? "Nee, absoluut niet. Vraag het Guillou maar, die heeft in al die jaren nauwelijks op het orgel kunnen spelen. In 1977 of 78 heeft het orgel voor het laatst in een dienst gespeeld. Daarna is Parijs een jaar of zes, zeven aan het lijntje gehouden met geen ander resultaat dan dat het orgel in zijn geheel de container is ingegaan. Om een lang verhaal kort te maken, sinds 1977 is er in de Saint Eustache niet meer gespeeld. Begin zeventiger jaren heeft Guillou de firma Gonzalez voor oplichters uitgemaakt, omdat er wel steeds werd betaald ‑ inmiddels al meer dan drie maal de afgesproken prijs ‑ maar er geen orgel werd opgeleverd. Dat kon, omdat de man die ze binnengehaald had, voor de betalingen zorgde. Toen die overleed en iemand anders de declaraties moest goedkeuren, kwam de hele zaak aan het rollen. Guillou werd voor de rechter gesleept èn veroordeeld! De symbolische boete van één Franc echter spreekt hier boekdelen. Op dat moment stond het stadsbestuur voor de keus: weer een nieuwe opdracht aan dezelfde bouwer, of een ander gaan zoeken. Gonzalez' opvolger ontving de advies commissie en liet deze een door zijn vader gebouwd orgel zien. Dat werd dus ook niks want de man was dan wel fantasierijk, maar met fantasie alléén kom je er ook niet."

Moord met voorbedachte rade?

Als Jean Guillou voor TV-opnamen van de NCRV op het orgel begint te spelen en een enorme orgie van geluid door de kerk golft, begin je te begrijpen dat Guillou een heel bijzonder soort organist is. Even bekruipt je het gevoel dat voorgaande orgels misschien niet bestand zijn geweest tegen deze manier van spelen. Het vorige orgel schijnt ook definitief om zeep te zijn geholpen tijdens een sessie waarin Guillou een onweer nadeed. Moord met voorbedachte rade...?

Zwaar geschut


Cor de Basset (detail)
In het orgel staan nog een paar oorspronkelijke 32 voets pijpen, die blijkens de archieven echter nog nooit gespeeld hadden. Van den Heuvel heeft deze pijpen in zijn ontwerp overgenomen en nu spelen ze wèl. Er is ook heel wat wind voor nodig: in totaal staan er zes windmotoren te draaien met een capaciteit van 100.000 liter lucht per minuut! Naast deze 32‑voeters zijn er nog enkele oude registers behouden gebleven, zoals de Cor de Basset 8', die de beroemde Engelse bouwer Henry Willis aan organist Joseph Bonnet cadeau deed.

Notre‑Dame

Ook het orgel in de Notre‑Dame moet gerestaureerd worden. Parijs zou de opdracht graag aan Van de Heuvel geven, maar die heeft de komende drie jaar geen ruimte en Parijs wil het orgel helaas al over twee jaar klaar hebben. Ook de Saint Sulpice had men kunnen krijgen als men maar had kunnen leveren. Jan en Peter van den Heuvel zijn er vast van overtuigd dat je beter van een opdracht kunt afzien, dan teveel hooi op je vork nemen: "Nee zeggen kost moeite, maar ja zeggen en onderuit gaan kost je het hele bedrijf. Uitbreiden is ook geen alternatief, want dat kost járen opleiding en ontwikkeling. De extra capaciteit komt pas op zijn vroegst over een jaar of tien, vijftien beschikbaar. Dat lost dus ook niets op. Nee, alles bij elkaar is het maar beter die opdracht niet aan te nemen. Pijn doet het wèl, zeker bij zulke eervolle opdrachten."

Dan komt Jan van den Heuvel op een teer punt. Hij stelt dat orgelbouwers eigenlijk vaak verkeerd bezig zijn. Men ziet en hoort links en rechts allerlei klanken en mogelijkheden en maakt daar een soort 'grootste gemene deler' van. Aldus ontstaat vaak een gedrocht van een orgel. Van den Heuvel doet daar niet aan mee. Jan en Peter vinden dat zoiets altijd tot teleurstellingen moet leiden en dat uiteindelijk toch de bouwer daar de schuld van krijgt. Jan geeft ook toe dat dergelijke bestuurlijke problemen in het verleden hebben bijgedragen aan de problemen die Parijs altijd met het orgel van de Eustache heeft gehad. Het is beslist niet alleen aan de bouwers te wijten. Een verschijnsel waarin Parijs overigens beslist niet uniek is!


de verrijdbare speeltafel
Dat begint al met het plan van het orgel, zegt Peter: "Ga je iets bouwen wat geheel gebaseerd is op het idee van de klant en waar je zelf heel andere gedachten over hebt, dan ben je niet verstandig bezig. Niet naar de klant toe, maar ook niet naar jezelf, omdat de problemen zich dan snel opstapelen. Daartussen zit dan nog de adviseur die vaak op provisiebasis werkt. Nog los van het risico dat men tijdens de bouw weer op andere ideeën komt en wil gaan aanpassen en wijzigen. Iedereen raakt het overzicht kwijt, de kosten lopen uit de hand en het project glijdt af."  Wat er nu in de Saint Eustache staat is dan ook helemaal het idee van de bouwers uit Dordrecht en conform de afgesproken plannen gerealiseerd. Géén tussentijdse veranderingen, géén uit de hand gelopen kosten, géén overschrijding van de levertijd.

Bij het eerste contact was er een dispositie ingeleverd door een aantal bouwers, waaronder Van den Heuvel. Op een bespreking kwam de adviseur van de Saint Eustache met een eigen voorstel, waar Jan van den Heuvel niet veel in zag. Daarop schetste de adviseur uit de hand een dispositie waar Van den Heuvel wèl iets in zag. "Hij wìst het wel!" zegt Jan nu. Uiteindelijk werd men het eens op de oorspronkelijk ingeleverde dispositie met een paar kleine wijzigingen. Een geheel waar Van den Heuvel volledig achter staat.

Het belangrijke punt voor de broers is dat een dispositie in artistiek opzicht een geheel moet vormen. Wat je vaak bij grote orgels ziet, dat de verschillende manualen veel te veel overeenkomst vertonen en dat is niet goed. Verder heeft natuurlijk de organist zijn wensen, maar de adviseur van Parijs zorgde er wel voor dat het niet het orgel van Jean Guillou ‑ de vaste organist ‑ werd. Zo kwam men van de 60 registers waar Guillou veel belang aan hechte op het huidige totaal van 101. Daarmee werd ook voorkomen dat straks, als Guillou er niet meer is, direct weer verbouwd gaat worden. Iets wat beslist vaak gebeurd.

Oplopende winddruk


in de Dordtse montagehal
van Van den Heuvel
In de laatste honderd jaar is bij voorbeeld ook de orkestklank sterk veranderd, naar de hoge tonen toe. Ook de piano heeft die ontwikkeling doorgemaakt. In de orgelwereld heeft die verandering (nog) niet plaatsgevonden. Daar bleef het accent toch in de lagere tonen liggen en dat is iets wat de Fransen graag veranderd zagen.

De winddruk loopt in de Saint Eustache op naarmate het toon hoger ligt. Daardoor blijft de helderheid behouden en is het zeer geschikt ‑ wat ook veel gebeurt ‑ om met orkest samen te spelen.

Er komt een uitgebreid boek over het orgel, met de hele voorgeschiedenis, de bouw, de andere gegadigden, de bouwtekeningen en de mensuren van het pijpwerk: 'The Saint Eustache Organ', geschreven door Jean‑Louis Coignet, adviseur van de Saint Eustache. Jan en Peter van den Heuvel hebben alle gegevens, tekeningen en toegepaste technieken ervoor beschikbaar gesteld.

Gegevens van het orgel

Vijf klavieren en een pedaal, 101 stemmen met 147 rijen pijpen. Totaal 8000 pijpen waarvan de langsten 10 meter (32') zijn.

Vijf 32' stemmen, waarvan twee op de klavieren en drie op het pedaal.

Twee speeltafels, één mechanisch verbonden met het orgel ‑ de andere verplaatsbaar beneden in de kerk enelektrisch verbonden met het mechaniek van het orgel.

In totaal 33 windladen, 23 grote balgen, 6 Zwitserse windmotoren met een totale capaciteit van 100.000 liter per minuut.

Meer dan 10 km mechanische overbrenging.

Ruim 1300 voorgeprogrammeerde registratie‑mogelijkheden voor de organist.

Het grootste orgel van Frankrijk en één van de grootste ter wereld. Het is in elk geval het grootste mechanische orgel van de wereld.

Elektronica

Hoewel het hier om een mechanisch orgel gaat, kunnen de toetsen en de registers via elektronica bediend worden. Dat werkt met elektromagneten die de toetsen en knoppen dan zichtbaar bewegen.

Die techniek wordt gebruikt om van beneden in de kerk het orgel op de tweede speeltafel te kunnen bespelen.

Omdat het orgel toch primair een concertfunctie heeft is het zowel voor de musici ‑ samenspel ‑ als voor het publiek aantrekkelijk wanneer de organist beneden op de kerkvloer zit. Maar omdat de elektrische sturing al aanwezig is, is het niet zo'n grote stap om de gegevens van de elektrische bediening digitaal vast te leggen, zodat later het spel van de organist herhaald kan worden: het orgel speelt dan zelfstandig wat de organist gespeeld heeft. Deze techniek wordt voor twee doeleinden gebruikt: in de eerste plaats om gewoon overdag te kunnen spelen terwijl het publiek door de kerk loopt, of er onderhoud wordt gedaan aan de kerk zelf en  ‑ bij voorbeeld 's nachts ‑ als het zo stil mogelijk is, de overdag gemaakte registraties voor een plaatopname te kunnen gebruiken. Bovendien kunnen de opnametechnici op hun gemak verschillende microfoonopstellingen uitproberen, want het spel van de organist kan zo vaak herhaald worden als nodig is. Ook kan de organist daar dan zelf een actievere rol bij spelen. Verder kan een reeds geregistreerde uitvoering die het orgel zelfstandig herhaald, worden aangevuld met een tweede partij.

Speelcultuur

Wat opvalt is dat er door Guillou en zijn leerlinge (Yanka Hekimova) erg gecompliceerd wordt gespeeld. Virtuoos en met veel snelle versieringen, die in de kerk nauwelijks of helemaal niet te volgen zijn. Het is duidelijk dat het orgel en zijn bespeler het allemaal wel kunnen volgen, maar door de nagalm van de kerk worden de versieringen zo nu en dan een brei. Misschien dat zij ook nog moeten wennen aan de positie in de kerk. Boven op de vaste speeltafel is dat effect veel minder. De nagalm liegt er trouwens ook niet om: ca. 7 seconden.


De speeltafel op de galerij
De meningen in Nederland zijn verdeeld over dit orgel. In Frankrijk niet. En dan druk ik me voorzichtig uit. Nu is in Nederland iemand die succes heeft zelden populair ‑ behalve wanneer hij voetballer is ‑ maar wat hier over Van den Heuvel wordt verteld gaat ver over de grens van het betamelijke. 'Knoeier' is het woord dat ik het meest heb gehoord. Waaraan wordt toegevoegd dat het orgel in de Saint Eustache niet door Van de Heuvel is gebouwd, maar uit bouwpakketten van anderen is samengesteld en ‑ natuurlijk ‑ niet werkt. Ik moet die mensen teleurstellen: het orgel werkt wèl en is in de werkplaatsen te Dordrecht gebouwd! Parijs is enthousiast en uit alle hoeken van de wereld is er grote belangstelling ‑ zelfs de Japanse omroep NKH stuurde een TV‑ploeg! ‑ die na een bezoek omslaat in bewondering en respect. In elk geval heeft Van den Heuvel kans gezien in een paar jaar een project af te leveren wat anderen in 135 jaar niet is gelukt. Dàt zal ook degene die niet van deze stijl houdt dienen te erkennen.

Dispositie

Eerste Klavier (Positief) Vierde Klavier (Grand Choeur)
Quintation 16' Violonbasse 16'
Montre 8' Bourdon 16'
Bourdon 8' Diapason 8'
Salicional 8' Flûte Majeure 8'
Unda Maris 8' Violon 8'
Prestant 4' Grande Quinte 5 1/3'
Flûte à Fuseau 4' Principal 4'
Nasard 2 2/3' Flûte Conique 4'
Doublette 2' Grande Tierce 3 1/5'
Tierce 1 3/5' Quinte 2 2/3'
Larigot 1 1/3' Grande Septième 2 2/7'
Septième 1 1/7' Fifre 2'
Fourniture V Grande Neuvième 1 7/9'
Cymbale II Plein‑Jeu Harmonique II‑VII
Douçaine 16' Clarinette 16'
Trompette 8' Cor de Basset 8'
Cromorne 8' Tuba Magna 16'
Clairon 4' Tuba Mirabilis 8'
  Cor Harmonique 4'
Tweede Klavier (Grand Orgue)  
Montre 32' Vijfde Klavier (Solo)
Montre 16' Flûte Harmonique 8'
Principal 8' Flûte Octaviante 4'
Grosse Flûte 8' I‑II Nasard Harmonique 2 2/3'
Flûte à Cheminée 8' Octavin 2'
Violoncelle 8' Tierce Harmonique 1 3/5'
Prestant 4' Piccolo I
Flûte 4' Harmoniques III
Doublette 2' Ranquette 16'
Grand Cornet III‑IV Chalumeau 8'
Sesquialtera II Trompette en Chamade I‑III
Grand Fourniture IV‑VIII Trompeteria II
Plein‑Jeu IV‑V  
Bombarde 16' Pedaal
Trompette 8' Principal Basse 32'
Clairon 4' Flûte 16'
  Contrebasse 16'
Derde Klavier (Récit Expressif) Soubasse 16'
Flûte à Cheminée 16' Grande Quinte 10 2/3'
Principal 8' Flûte 8'
Flûte Traversière 8' Violoncelle 8'
Cor de Nuit 8' Grande Tierce 6 2/5'
Viole de Gambe 8' Quinte 5 1/3'
Voix Céleste 8' Flûte 4'
Octave 4' Flûte 2'
Flûte Octaviante 4' Théorbe II
Octavin 2' Mixture V
Carillon III Contre‑Bombarde 32'
Plein‑Jeu VI Contre‑Trombone 32'
Contrebasson 32' Bombarde 16'
Bombarde 16' Basson 16'
Trompette Harmonique 8' Trompette 8'
Basson‑Hautbois 8' Baryton 8'
Voix Humaine 8' Clairon 4'
Clairon Harmonique 4'  

Koppels en speelhulpen

5 pedaalkoppels
10 manuaalkoppels
(POS/G.O. ‑ REC/G.O. ‑ Gr.Ch./G.O. ‑ Solo/G.O. ‑ POS/REC ‑
Solo/REC ‑ REC/POS ‑ Solo/Gr.Ch. ‑ Soprano Solo/G.O. ‑ Alto Gr.Ch./G.O.)
4 oktaafkoppels (16')
10 annulateurs (registergroepen, koppels)
3 tremulanten
3 sostenuto's (Pos., Récit., Solo)
crescendo pedaal (cresc. 1+2)
Tutti
2 pedaalkoppels in 4' (Récit en Gr.Choeur)
Digitaal opnamesysteem

De belangrijkste delen van het instrument zijn verdeeld over 5 niveau's:
[1] in het schip: de verrijdbare speeltafel;
[2] op het galerijniveau: de mechanische speeltafel, twee windmachines in geluidsdempende kisten, drie balgen, de maner met de Barkermachines, het Positif (Pos);
[3] op de eerste verdieping: Het Grand-Orgue (G-O), het Pédale (P1: tongwerken; P2: grote labialen; P3: kleine labialen) en de Tuba's van het Grand-Choeur (T). Een windmachine in geluidsdempende kist en acht balgen;
[4] op de tweede verdieping: het Récit (Réc) en het Grand-Choeur (G-Ch), twee windmachines in geluidsdempende kisten en zes balgen;
[5] op de derde verdieping: het Solo (S) met de Chamades (Ch), één windmachine in geluidsdempende kist en zes balgen.

Mahonie strappenhuizen dragen er toe bij dat ieder deel van het orgel makkelijk is te bereiken. De toegang naar de galerij en de wanden met deuren werden door Van den Heuvel gerealiseerd evenals de orgelkas restauratie en reconstructie van de verdwenen speeltafelwand en achterwand van het Positif.

terug naar index van Muziek Algemeen

Sponsors:

 

U mag gerust doneren.

Advertenties:

 


 

Sponsors:

U mag gerust doneren.