Stap voor stap komt deze site in een nieuwe jas weer on-line. Links vindt u de rubrieken.
Nu werkend is: t/m Muziek - Algemeen . www.audio-muziek.nl |
|||||
Rubriekenmuziek opera/operette portretten audio/video boeken | Muziek AlgemeenDon Juan en de gevolgen© Jan de Kruijff, november 2004 Een legendarische figuur die het prototype van de zelfzuchtige, genotzieke verleidingskunstenaar werd en die in literatuur en muziek velerlei gedaante aannam. HistorieDon Juan is oorspronkelijk een romanfiguur van Spaanse herkomst. De Don figuur is van universele aard en beeldde oorspronkelijk het conflict uit tussen God en de opstandige mens die zijn natuurlijke rechten wil verdedigen tegenover maatschappelijke en kerkelijke belemmeringen. Later werd deze met recht legendarische figuur het prototype van de rijke, adellijke, zelfzuchtige, goddeloze vrouwenversierder en genotzoeker. De legende van Don Juan en de Stenen Gast was in vrijwel heel Europa als een lekenspel bekend. Oorspronkelijk bedoeld voor religieuze instructie werd het later aangepast voor populair vermaak door rondreizende komedianten, de Commedia dell’arte en de poppenkast De diverse elementen van de legende zijn in Spanje voor het eerst genoteerde vorm in een komedie samengebracht door de monnik Gabriel Tellez (1571-1648) die publiceerde onder de naam Tirso de Molina in Sevilla waar een bepaalde Don traditie moet hebben geheerst. In zijn drama El burlador de Sevilla y convidado de piedra (1630; De vrouwenverleider en de stenen gast). Belangrijk is dat het Spaanse woord ‘burlador’ een dubbele betekenis heeft: het kan zowel als ‘verleider’ als ‘spotter’ worden vertaald. Over de oorsprong van het verhaal over ‘De playboy van Sevilla’ is weinig bekend, maar na het genoemde stuk is Don Juan een veelgebruikt thema geworden in de wereldliteratuur en ook herhaalde malen in diverse vormen muzikaal uitgebeeld Het oorspronkelijke verhaalInhoud: Don Tenorio vlucht uit Napels omdat hij hertogin Isabella heeft bedrogen. Hij lijdt schipbreuk en wordt in de hut van een vissersmeisje opgevangen. Hij verleidt dat meisje en vlucht. In Sevilla aangekomen sluipt hij de kamer van Doña Ana de Ulloa, dochter van de commandeur Gonzalo binnen na een brief van haar te hebben onderschept waarin ze haar verloofde uitnodigt. Als Ana het bedrog merkt,gilt zij; haar vader snelt toe en wordt door Don gedood. Deze vlucht en de justitie pakt Ana’s verloofde op. Don belandt hierna op een boerenbruiloft, weet de bruidegom van de bruid te scheiden, misleidt haar vader door hem met zijn positie en een trouwbelofte te binden. Als hij zijn zin heeft gekregen, gaat hij er vandoor. In Sevilla teruggekeerd ziet hij het standbeeld van de vermoorde commandeur: hij nodigt het uit voor een diner. Dat etentje vindt plaats in de grafkelder van de Ulloa’s; als Tenorio daar opdaagt, geeft het beeld hem een hand, waardoor het helse vuur in hem komt en hem verdelgt. Het stuk van Tirso bestaat dus uit een reeks episoden waarin Don Juan een aantal vrouwen verleidt, te beginnen met Doña Isabella die is verloofd met Don Octavio en eindigt met Doña Ana wier vader hij doodt tijdens een duel in de tweede akte. Dan zijn er twee boerenmeisjes die hij achtereenvolgens verleidt; zijn boeren rivaal en zijn grappige dienaar zijn ook aanwezig in ongeveer de vorm waarin ze later ook weer voorkomen. Te oordelen naar het aantal en de verscheidenheid aan imitaties die dra na publicatie volgden, moet de roem en populariteit van Tirso’s drama snelle verspreiding hebben gevonden. Behalve Don Juan zijn er natuurlijk nog andere namen die kunnen worden geassocieerd met luchthartige seksuele promiscuïteit. De ene is de fictieve homoseksueel Lothario of Lotario die in 1703 voor het eerst opdook in Nicholas Rowe’s drama The fair penitent en die we ook kunnen tegenkomen in Händels opera Lotario (libretto Salvi) die in 1729 in Venetië in première ging. De andere is de notoire avonturier Casanova de Seingalt (1725-1798), aan wie Paul Lincke een operette (1914), plunderaars van Johann Strauss II een muzikale komedie (1928) en Gerhard Winkler een Singspiel (1943) wijdden. Wat literaire afleidingenIn Molières inmiddels in een komedie veranderde Dom Juan ou le festin de Pierre (= de stenen gast uit 1665) vinden we de hoofdmomenten van de Don en veel van de trekken van zijn voorgangers terug; wel voegde hij Donna Elvira aan het verhaal toe; Don Juan had haar uit een klooster ontvoerd en haar daarna in de steek gelaten. Niettemin bleef ze hem ondanks haar lot trouw. Na Molière is de Don figuur onder andere aan te treffen bij Franse dichters en schrijvers als Mérimée (Les âmes du purgatoire, 1934), Dumas père, Balzac, Flaubert, Rostand (La dernière nuit de Don Juan), de Maupassant, Musset, Gautier, Haraucourt (Don de Mañara), Mounet-Sully en Barbier (La vieillesse de Don), Lavedan (Le marquis de Priola). Uiteraard ook bij Spanjaarden als Zamora, Zorrilla (Don Juan Tenorio, 1844), Martínez Sierra (Don de España, 1921), Azorin (Don Juan, 1922), bij de Italianen Cicognini (ca. 1632), Goldoni (Don Giovanni Tenorio, ossi il dissoluto, 1736) en d’Annunzio, de Engelsen Shadwell (The libertine, 1676), Richardson, Byron (Don Juan, onvoltooid 1819-1824) en zelfs Shaw, de Duitsers Grabbe (Don Juan und Faust, 1829), Heyse (Don Juans Ende, 1883), Hoffmann (Don Juan, 1813), Lenau (Don Juan, 1851) en Härtling (Niembsch oder der Stillstand, 1964), de Zweed Almquist, de Zwitser Frisch (Don Juan oder die Liebe zur Geometrie, 1953) en de Russen Poesjkin (De stenen gast) en Tolstoi. De muzikale uitingenIn operavorm is daar vooral het werk van de Italiaan Gazzaniga Don Giovanni Tenorio o sia il convitato di pietra dat in 1787 (hetzelfde jaar als Mozarts meesterwerk in die vorm) in première ging. Daarvan is het als dramma giocoso (‘speels drama’) een bleke afspiegeling. Leuk voor een keer en hooguit interessant voor een vergelijking. In Italië circuleerden latere operaversies van Righini, Il convitato di pietra, ossia il dissoluto punito (1776), van Calegari, Il convitato di pietra (1777) en van Gardi, Il nuovo convitato di pietra (1787). Heel kort daarop, nog in hetzelfde jaar als Gazzaniga en Gardi, kwamen Mozart en Da Ponte met hun opera. Da Ponte had beslist kennis genomen van Gazzaniga’s bondige stuk en hij moet ook vertrouwd zijn geweest met Goldoni’s werk en het toneelstuk van Molière aan wie hij niet alleen tekstfragmenten, maar ook de figuren Zerlina en Masetto ontleende. Als mogelijke andere bron wordt ook nog wel een publicatie van de jezuïeten genoemd: De bestrafte woesteling. Zonder de orkestwerken van Gluck en Strauss tekort te willen doen en de interesse te willen afleiden van de verschuivingen die Lortzing door zich op Grabbe richtte en Náprávnik die zich op Tolstoi baseerde te willen kleineren, kan boven alle twijfel verheven worden vastgesteld dat Mozart h meesterwerk op het originele thema leverde – hét opera aller opera’s’ zoals E.T.A. Hoffmann beweerde voordat van Verdi, Moessorgsky, R. Strauss, Wagner en Debussy sprake was. Overigens legden Grabbe en Lortzing een verbinding tussen Don Juan en Georg Faust die Goethe zou hebben bevallen. De twee literaire archetypes hebben wat fundamenteels gemeen. Om de heersende moraal van de gevestigde godsdienst en de sociale orde te trotseren, overschreden beiden de gevestigde grenzen en moesten ze tenslotte een hoge prijs betalen voor hun onbezonnenheid, zij het dat Faust ambities eerder filosofisch waren en die van Don zuiver vleselijk. Niettemin bevat die bewering van Hoffmann wel een kern van waarheid. Geen andere opera heeft namelijk zoveel speculaties over het karakter van de titelheld teweeggebracht en zoveel discussie ontketend over de relatie tussen goed en kwaad. Zelfs Kierkegaard beschouwde de Don als een held. Een held? Misschien, maar beslist niet in de klassieke betekenis van het woord. Hij was geen Hector of Achilles. Het beste wat van Don Giovanni kan worden gezegd, is dat hij een cynische libertijn was. Afgezien van het duel met de Commendatore (dat nauwelijks een moord kan worden genoemd omdat die hem uitdaagde en hem dwong tegen zijn zin te vechten), berusten al zijn ‘misdaden’ op geruchten. Hij is omringd door wolken eerloosheid ondanks de beroemde catalogus. We moeten zonder nadere bewijsvoering geloven aan een malafide opzet bij zijn ontmoeting met Donna Anna. Zijn relatie met Elvira lijkt misschien niet zo ridderlijk maar zij achtervolgt hem met de vasthoudendheid van een willig slachtoffer terwijl ze handelt als een wrekende engel. En werd ooit een cavalier zo onhandig gedwarsboomd bij een poging om Zerlina te verleiden? Slechts op één punt bereikt deze gebrekkige Satan een ware heldenstatus en dat is bij zijn weigering om berouw te tonen, zelfs als de poorten van de hel voor hem open gaan. Hoe zagen de scheppers van de opera hem? Voor Da Ponte was hij weinig meer dan een losbandige aristocraat die als een boontje om zijn loontje komt: Hogarths losbol zonder Hogarths venijn. Voor Mozart betekende hij duidelijk meer, maar wat precies – daarover kan slechts worden gespeculeerd. In zijn de eigen catalogus omschreef hij het stuk als een opera buffa, maar Le nozze di Figaro en de andere werken die volgden doen vermoeden dat hij tevens een soort moreel en maatschappelijk commentaar wilde leveren, zonder daaraan al te duidelijk uitdrukking te geven. In de negentiende eeuw kreeg de opera een duidelijk ander karakter. De duistere voorgevoelens die uit de ouverture spreken en de ultieme ontknoping in de confrontatie van de Don met de Commendatore sprak sterk tot de verbeelding van de romantici, die het gegeven beschouwden als een demonische strijd tussen het individu en de maatschappij. Don Giovanni werd interessant, raadselachtig; zijn verdorvenheid prikkelde en zijn Byronische opstandigheid veroorzaakte opwinding. De giocoso aspecten van wat ondanks Mozarts definitie als opera buffa nu algemeen wordt aangeduid als dramma giocoso werden echter meestal over het hoofd gezien. De ironische ondertonen van Giovanni’s neerbuigende hoffelijkheid, van Masetto’s norse respect, van Leporello’s gecombineerde verwaandheid en kruiperige lafheid zijn duidelijk getemperd. In een opera die nadrukkelijk eindigt met een hellevaart was ook geen plaats voor een frivool slot natuurlijk. Magnifique , misschien, mais ce n’est pas Mozart luidde een ander oordeel. Overtuigende schurk, erbarmelijke bedrieger of roofzuchtig monster – hoe dat ook zij: de Don Juan fantasie heeft de Europese verbeelding al eeuwenlang geplaagd en blijft dat ook doen, maar de dominante fascinatie van Mozarts Don Giovanni schuilt in diens muziek. De onderliggende psychologie moet maar voor zichzelf zorgen. Mozart in beeld en geluidToch bezig met Mozarts Don Giovanni (waaraan elders op de website een op zichzelf staande Vergelijkende discografie is gewijd), is het wellicht nuttig daarin ook de beschikbare videoversies te betrekken. Het beroemdst en tegelijk beruchtst is uiteraard de verfilming van Joseph Losey uit 1979 (Artificial Eye ARTO 014, vhs band) met Ruggero Raimondi, José van Dam, Kiri te Kanawa, Edda Moser, Teresa Berganza, Malcolm King, John Macurdy, Kenneth Riegel, Eric Adjani en het Ensemble van de Parijse Opéra onder Lorin Maazel (op cd als soundtrack verkrijgbaar als Sony 35192, 3 cd’s). Een ambitieus, maar zeer omstreden productie als dramatische presentatie van een verbasterde onderneming. De solisten ‘playbacken’ aardig maar het gelijkmatige geluidsniveau botst met hun afstand tot de camera’s en de meesten hebben als filmacteurs een ontoereikend acteervermogen en noch de leeftijd, noch het voorkomen voor hun rollen met als enige positieve uitzondering Raimondi in de titelrol. Om lange aria’s niet te statisch te maken, leggen ze intussen lange en doelloze wandelingen af in fraaie Venetiaanse locaties. De muzikale topbezetting is de voornaamste attractie, maar daarvoor is die Sony uitgave beter beschikt. Van de verschillende ‘gewone’ theaterproducties zijn het niet zozeer de oude Weense uitgave uit 1954 van Furtwängler (DG 072-440-3, vhs), de Weense opname van Karajan uit 1987 (Sony SVD 46383, dvd-v), Mutti ook in 1987 uit Milaan (Imense ID 4356 PUDVD, dvd-v), Kreizberg in 1995 in Glyndebourne (Warner NVC Arts 0630-14012-2, dvd-v), maar is het die van Conlon uit Parijs in 1991 (ArtHaus 100.020, dvd-v) die het meeste aanbeveling verdient. DiscografieGiuseppe Calegari ( ). Il convitato di pietra. Opera (1777). Onbekend Francesco Gardi ( ). Il nuovo convitato di pietra. Opera (1778). Onbekend. Giuseppe Gazzaniga (1743-1818): Don Giovanni Tenorio o sia il convitato di pietra, opera in 1 akte, libretto Bertati (1787). John Aler, Eva Steinsky, Pamela Coburn, Margit Kinzel e.a. met het koor van de Beierse omroep en het Münchens Filharmonisch Orkest o.l.v. Stefan Soltesz. Orfeo C 21490-2 (2 cd’s). 990 Christoph Willibald von Gluck (1714-1787). Don Juan, pantomime-ballet (1761) English baroque soloists o.l.v. John Eliot Gardiner. Erato 2292-45980-2, 8573-89233-2. 1981 Tafelmusik o.l.v. Bruno Weil. Sony 53119. 1992 K Hahn ( ). L’homme à la rose (1920). Tekst Bataille. Onbekend. Michael Kamen (1948- ). Don Juan de Marco. Filmmuziek (1995). Hieruit slechts ‘Doña Ana’. Seattle symfonieorkest o.l.v. Michael Kamen. London 458.912-2. 1997 Albert Lortzing (1801-1851). Don Juan und Faust. Toneelmuziek bij het stuk van Grabbe (1829). Monika Krause, Yvi Jänicke, de Muziekakademie Detmold en het Keuls omroeporkest o.l.v. Jan Stulen. MGG 609.1059-2 (2 cd’s, 1991). Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791). Don Giovanni. Opera in 2 aktes, libretto Lorenzo da Ponte (1787). Eberhard Wächter, Joan Sutherland, Elisabeth Schwarzkopf, Graziella Sciutti, Luigi Alva, Giuseppe Taddei, Piero Cappuccilli, Gottlob Frick met het Philharmonia orkest en –koor o.l.v. Carlo Maria Giulini. EMI 556.232-2 (3 cd’s, 1959). Rodney Gilfry, Luba Orgonasova, Charlotte Margiono, Eirian James, Christoph Prégardien, Ildebrando d’Arcangelo, Julian Clarkson, Andrea Silvestrelli met het Monteverdi koor en de English baroque soloists o.l.v. John Eliot Gardiner. Archiv 445.870-2 (3 cd’s, 1994). Eduard Náprávnik (1839-1916). Don Juan. Muziek bij het toneelstuk van Leo Tolstoi (1891). Hieruit alleen: ‘Don Juans serenade’. Lev Sibiriakov met orkest en Max Maksakov met orkest. Pearl GEMMCDS 9111 (3 cd’s, 1909/1901). Vinzenzo Righini (1756-1812). Il convitato di pietra, ossia il dissoluto punito. Opera (1776). Onbekend. Richard Strauss (1864-1849). Don Juan, symfonisch gedicht naar Lenau op. 20 (1888). San Francisco symfonieorkest o.l.v. Herbert Blomstedt. Decca 466.423-2. 1992 Cleveland orkest o.l.v. George Szell. Sony 48272. 1957 Henri Tomasi (1901-1971). Don Juan de Mañara. Opera in 4 aktes, libretto van Milosz (1952). Raoul Jobin, Martha Angelici, André Vessières, Jacqueline Brumaire, Bernard Demigny, Paul Cabanel, Joseph Peyron, Henry Vermeil met het koor van de Franse omroep en het Frans nationaal orkest o.l.v. Henri Tomasi. Forlane UCD 16652/3 (2 cd’s, 1952). terug naar index van Muziek Algemeen |
Sponsors:
U mag gerust doneren.
Advertenties:
|
|||
|
|
|||||
|
U mag gerust doneren.
|
||||