Stap voor stap komt deze site in een nieuwe jas weer on-line. Links vindt u de rubrieken.
Nu werkend is: t/m Muziek - Algemeen .

www.audio-muziek.nl

Rubrieken

  actueel archief

muziek
  algemeen
  componisten/werken
  discografieën
  cd recensies
  dvd recensies
  lezersrubriek

opera/operette
  algemeen
  opera actueel
  discografieën
  cd recensies
  dvd recensies

portretten
  dirigenten
  ensembles/orkesten
  solisten
  interviews

audio/video
  apparatuur
  techniek
  video
  Jan Kool †
  lezersrubriek

boeken
  recensies
  Jan de Kruijff

  zoeken
  links
  contact

Actueel Archief

Vredenburg exit

© Jan de Kruijff, mei 2006

 

Ter herdenking van het honderdjarig bestaan van Berliners ‘grammophone’ hield Peter Ustinov in Hamburg, zetel van Deutsche Grammophon Gesellschaft, in 1888 een geestige toespraak waarin hij het betreurde dat de geluidsregistratie niet eeuwen vroeger was uitgevonden. Dan hadden we kunnen ervaren wat St. Antonius tot de vogels en de vissen preekte en wat die mogelijk antwoordden. En hoe jammer het was dat  van de eerste uitvoering na de opening van het Suez kanaal van Verdi’s Aida in Egypte geen geluidsdocument bestond, helaas evenmin van de sluiting van daarvan als gevolg van de oorlogshandelingen in 1956 waarvoor een andere componist een opera Addia had kunnen schrijven.

Het is – toegegeven - een wat vergezochte associatie. Maar met nog slechts één volwaardig seizoen van Utrechts concertgebouw Vredenburg voor de boeg bekruipen een gretige beroepsluisteraar als ik die daar de afgelopen 27 jaar meestal met groot genoegen talloze concerten bijwoonde niet alleen nostalgieke herinneringen en gedachten. Ze gaan namelijk wel gepaard met boosheid, zorg, ergernis, vragen en teleurstelling over de onzekere nabije toekomst van het Utrechtse muziekleven.

In de loop der tijden zullen best allerlei concertzalen zijn verdwenen, maar dat was dan meestal ten gevolge van oorlogshandelingen, brand of vanwege slecht onderhoud en gebrek aan anpassingen aan nieuwe eisen. Zoals – om even in Utrecht te blijven – het oude Tivoli uit 1871 aan de Kruisstraat, in 1956 werd gesloopt. Maar zelden of nooit na zo’n vijfentwintig jaar trouwe dienst van een goed zalencomplex ten gevolge van een megalomaan plan voor iets geïntegreerd nieuws waarvan nog maar moet worden afgewacht in hoeverre het bijvoorbeeld qua accommodatie en in akoestisch opzicht een verbetering is. Kapitaalvernietiging van het zuiverste water dus.

Mijn werk in Amersfoort en mijn studie in Utrecht maakten dat ik in de jaren vijftig regelmatig het Utrechtse muziekleven frequenteerde. Niet alleen met het Utrechts Stedelijk Orchest onder Paul Hupperts in het houten noodgebouw aan het Lepelenburg dat ook veel langer dienst moest doen dan gepland, maar ook in het Gebouw voor Kunsten  & Wetenschappen aan de Mariaplaats waar Brahms en Liszt nog zijn opgetreden.

Uit begin jaren zestig, toen het Holland Festival nog niet was geconcentreerd in Amsterdam, maar gespreid was over Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht, herinner ik me in die akoestisch povere houten noodzaal waar ten slotte de platanen door het dak groeiden onder andere Verdi’s 4 Pezzi sacri door het Concertgebouworkest en het Groot Omroepkoor onder leiding van Carlo Maria Giulini en optredens van I Musici, uit de andere zaal, na de brand en inlijving door het Utrechts Conservatorium een kille ruimte met minder plaatsen geworden, optredens van het Juilliard-kwartet.

Nu het einde van Vredenburg in zicht is, komen als vanzelf heel wat nostalgische en dankbare herinneringen op aan de honderden optredens die ik daar als niet-Utrechtenaar bijwoonde. Het zalencomplex had veel aantrekkelijke kanten en mogelijkheden:

• De centrale ligging in het land en de makkelijke bereikbaarheid met openbaar vervoer en auto (voor Orkestenserie 1 voerden bovendien bussen bezoekers uit de regio aan).

• De arenavormige grote zaal met zijn 1700 plaatsen die vanuit de liefst niet te grote hoogte ideale zichtlijnen biedt om te kunnen volgen wat ín het orkest gebeurt en niet alleen – zoals vanaf een parterreplaats – zicht biedt op een rij pinguïns.

• De door sommigen als ongunstig bevonden akoestiek van die grote zaal, die mij echter uitstekend beviel. Alleen bij al te grote bezettingen en luide klankuitbarstingen stuitte die op grenzen, maar omgekeerd klonk bijvoorbeeld het Hagen kwartet daar prachtig en tot in het pianissimo detail duidelijk. Alleen bij solistische vocale bijdragen moest men niet de pech hebben te ver naast of zelfs achter het podium te zitten, want dan was zelfs liplezen onmogelijk en ging veel verloren.Daar ook was het overigens fraaie democratische principe van overal gelijke prijzen nogal onredelijk. Geen wonder dat habitués aasden op plaatsen in vak A, pal tegenover het podium, niet te hoog. Merkwaardig wel zoals Maarten Legène in het januarinummer 1979 van Mens en Melodie zonder ook maar een noot in het nieuwe gebouw gehoord te hebben Vredenburg al volkomen tot in de historische fundamenten afkraakte.

• De interessante, veelzijdige programmering. Alleen in Utrecht kon men in gestage afwisseling behalve de verschillende omroepensembles het Concertgebouworkest, het Nederlands filharmonisch-, het Residentie-, het Rotterdams filharmonisch- het Nederlands kamerorkest en het Orkest van de Achttiende Eeuw horen met af en toe buitenlandse orkesten of kleinere ensembles als extra gasten.

• De altijd veelzijdige kwartetseries in de kleine zaal met zijn 300 plaatsen en met een weliswaar iets minder aantrekkelijke akoestiek. Een ruimte die ook aanvankelijk niet zozeer voor concerten als voor repetities was gedacht.

• De interessante ‘extra’s in de vorm van onder meer het Liszt-concours, het Janine Jansen-festival, masterclasses van Udo Reinemann, Jard van Nes, Leslie Howard, Roberta Alexander en Kelvin Grout, de voorrondes van het Van Cliburn pianoconcours, de gratis lunchconcerten op vrijdag en veel meer.

• De steeds gastvrije ontvangst door het voor een groot deel uit geïnteresseerde werkstudenten bestaande personeel die de krap bemeten ruimte van de grote zaal foyer draaglijk maakte.

Van het allereerste begin herinner ik me een excursie met rondleiding en toelichting voor leden van de AES (Audio Engineering Society) waarbij uitleg werd gegeven over de opzet van architect Herman Herzberger en de akoestische ‘inrichting’ door bureau Peutz. Met pistoolschoten en al om de galmtijd te bepalen tijdens een proefconcert, gevolgd door een openingstiendaagse die 26 januari 1979 begon. Later kon ik als ‘Vriend van Vredenburg’ ook nog eens het hele gebouw tot in de diepste krochten van de klimaatbeheersing doorvorsen.

Zonder eigen huisorkest – het USO was net opgeheven – was Vredenburg van meet af aan volledig aangewezen op gastensembles wat achteraf een zegen bleek. Vooral de inbreng van omroepzijde was altijd een belangrijke impuls. Ooit begonnen met onder meer concertante opera’s van de KRO (Messiaens Saint François d’Assise!) op zondagmiddag, later crossover-concerten van de NCRV en een massief beslag van de TROS. De afgelopen jaren voegde ook de AVRO zich met interessante, doch aanvankelijk slecht bezochte series in dit complex.

Vredenburg heeft erg veel te danken aan de nabijheid van Hilversum met zijn orkesten en koor voor een royale invulling van de programmering. Of de optredens en programma’s door Hilversum werden bepaald of in samenspraak tot stand kwamen, is me niet bekend. Omdat ik niet alle documentatie en programma’s van de afgelopen 27 jaar heb bewaard, is het zinloos hoogte- en dieptepunten op te noemen: ik zou er beslist ettelijke vergeten.

Jammer is wel dat van de kant van de pr afdeling van Vredenburg absoluut geen medewerking wordt verleend aan mijn terugblik en inventarisatie. Van die ongeveer 450 concerten per seizoen, in totaal dus een kleine 5,500 (!) heb ik tenslotte maar een beperkt aantal bijgewoond, hoe graag en hoe vaak ik ook ging. En van wat er op het terrein van wereldmuziek, jazz, popconcerten, kinderconcerten en dergelijke gebeurde, onttrekt zich aan mijn waarneming.

Wat me wel opviel, was dat de afgelopen jaren de belangstelling voor sommige series tanende is. Een veeg teken is ook dat de ooit florerende pianoserie is gekrompen tot nog slechts drie recitals. En wat me altijd heeft verbaasd, is dat Utrecht als universiteits- en conservatoriumstad ondanks behoorlijk gereduceerde prijzen nooit meer studenten heeft weten te mobiliseren voor een bezoek aan Vredenburg.

Allerlei vragen blijven door de weigering van de instelling om vragen te beantwoorden en gegevens ter beschikking te stellen onbeantwoord. Bijvoorbeeld gegevens over totale en uitgesplitste bezoekersaantallen per serie, artistieke en commerciële hoogte- en dieptepunten, abonnementsprijzen toen en nu, de exploitatie, kosten en baten, subsidies, inbreng van sponsors, programmering, geslaagde en mislukte initiatieven. Tot de vraag aan toe of er wel eens ernstige ongelukken zijn gebeurd op de aanvankelijk niet alleen steile, maar ook gladde trapjes.

Maar het verontrustendst vind ik dat blijkbaar niets concreets over de toekomst bekend is. Als ik mijn huis binnenkort aan de slopershamer prijs zou geven, zorgde ik eerst wel voor een behoorlijk nieuw onderkomen. Niet zo bij Vredenburg. Zelfs na mijn aandringen tijdens de persconferentie in april over het nieuwe, laatste seizoen toen daar merkwaardig genoeg vanuit Vredenburg geheel niet over werd gerept, bleven mijn vragen daarover in vage antwoorden steken. Voor kamermuziek deed zich misschien een mogelijkheid voor in de Leeuwenberghkerk en voor symfonische concerten werd gedacht aan een – voor symfonische muziek waarschijnlijk volslagen ongeschikt - demontabel musicaltheater op het Smakkelaarsveld of ergens rond Leidseveer.

Niets concreets nog dus. Blijken van zorgeloze desinteresse of van fatalistisch onvermogen? Veeg teken is ook dat langjarige, competente en geëngageerde programmeurs als Jessica de Heer en Anneke van Dijk het voor gezien hielden en werden vervangen door mensen met een halfjaarcontract en een opleiding communicatie en marketing die vermoedelijk weinig affiniteit met het muziekleven hebben en blijkbaar ook niet hoeven te hebben.

Het oogt allemaal niet erg bemoedigend en positief. Zeker in de wetenschap dat vrijwel altijd dergelijke hooggestemde ambities voor iets nodeloos nieuws uitlopen op grote vertragingen en kostenoverschrijdingen bij de realisatie. Het lijkt er daarom zo zonder enige indicatie van een snelle, adequate voorziening somber uit te zien voor het Utrechtse muziekleven de komende jaren.

Als ik het goed heb gezien in het seizoenprogramma 2006/7 wordt dit 14 september geopend met een herdenkingsconcert ter gelegenheid van de Vrede van Utrecht met onder andere Händels Te Deum en Jubilate. Het laatste concert wordt 17 juni 2007 gegeven door het Nederlands Kamerorkest met Sibelius’ Valse triste, Brittens Serenade, Vivaldi’s concert La notte en Tsjajkovski’s Souvenir de Florence. Ironisch genoeg zitten daar wel wat toepasselijke verwijzingen in: een droeve afscheidswals, de nacht die over het gebouw valt met tot slot herinneringen aan Vredenburg in plaats van aan Florence.

Als van tevoren de 27-jarige leeftijdcyclus van de zaal bekend was geweest, had men het eerste concert kunnen openen met Beethovens Ouverture Die Weihe des Hauses en het laatste concert kunnen eindigen met bijvoorbeeld Reinbert de Leeuws symfonische gedicht Abschied uit 1973. Dat had van stijl getuigd, nu gaat alles als een nachtkaars uit.

Muziekliefhebbers uit de regio Utrecht worden ettelijke jaren de woestijn ingestuurd en zullen zich met mindere voorzieningen moeten verzoenen in afwachting van wat nieuws waarvan de grote vraag is of het ook wat beters is. Vredenburg leeft dan alleen voort in een aantal dierbare, vervlogen herinneringen die echter deels nog hoorbaar zijn dankzij de ‘handels’ opnamen van het Orkest van de Achttiende Eeuw en het Orchestre des Champs Élysées die daar ‘live’ werden gemaakt en natuurlijk dankzij de vele opnamen uit het radioarchief.


Reactie van Jelmer Jepsen van Vredenburgs afdeling marketing en communicatie met tussen haakjes mijn slotopmerkingen:

T.a.v. het gebrek aan medewerking: De pr-afdeling van Vredenburg werkt graag mee aan serieuze en voldoende zakelijk formuleerde informatie-verzoeken (waar ik dan maar uit afleid dat mijn herhaalde verzoeken en mijn concrete vragenlijst blijkbaar niet serieus en voldoende zakelijk waren geformuleerd).
t.a.v. de aanwezigheid van studenten bij concerten: Vredenburg ontvangt regelmatig (conservatorium)studenten tegen gereduceerd tarief (zeker maar ik vond de aantallen altijd bedroevend klein).

T .a.v. de toekomst: Vredenburg heeft een gedegen strategisch plan voor het toekomstige Muziekpaleis en voor de tijdelijke locaties. Dit moment is te vroeg om e.e.a. in de publiciteit te brengen (een mager verweer, maar verder geen commentaar mijnerzijds, wait, see and hear).

T.a.v. de akoestiek van de noodoplossing: De toekomstige locatie voor symfonische muziek wordt aangepast aan de akoestische eisen (ik blijf het ergste vrezen).

T .a.v. de wisseling van de programmeer- en pr-krachten: Er is hier niemand in dienst genomen met een communicatie- of marketingopleiding om de plaats van programmeur in te vullen. Anneke en Jessica’s vertrek had niets te maken met de toekomstplannen. Zij waren/zijn beiden erg enthousiast over de plannen (ik heb nooit beweerd dat de pr mensen gaan programmeren, alleen betreurd dat goede krachten zijn verdwenen. Wie dan wel gaat programmeren, blijft in het duister).                                                                

terug naar index van Actueel Archief

Sponsors:

 

U mag gerust doneren.

Advertenties:

 


 

Sponsors:

U mag gerust doneren.