Stap voor stap komt deze site in een nieuwe jas weer on-line. Links vindt u de rubrieken.
Nu werkend is: t/m Muziek - Algemeen .

www.audio-muziek.nl

Rubrieken

  actueel archief

muziek
  algemeen
  componisten/werken
  discografieën
  cd recensies
  dvd recensies
  lezersrubriek

opera/operette
  algemeen
  opera actueel
  discografieën
  cd recensies
  dvd recensies

portretten
  dirigenten
  ensembles/orkesten
  solisten
  interviews

audio/video
  apparatuur
  techniek
  video
  Jan Kool †
  lezersrubriek

boeken
  recensies
  Jan de Kruijff

  zoeken
  links
  contact

Actueel Archief

Radio 4 verdwijnt mogelijk uit de ether

Radio 4?...Ach, Radio 4...

© Jan de Kruijff, 18 oktober 2005

Heeft iemand die zonder schaamrood op de kaken te krijgen, bekent dat hij nooit meer naar de radio luistert recht van spreken wanneer hij protesteert tegen het waarschijnlijk uit de ether halen van Radio 4? Natuurlijk wel! In de eerste plaats omdat het geen pas geeft genoegen te nemen met een volgend blijk van cultuurafbraak en in de tweede omdat het juist die categorieën luisteraars naar klassieke muziek dupeert die het meeste zijn aangewezen op door de ether verspreide programma’s: onbekabelde plattelandsbewoners, gebruikers van draagbare radio’s die vaak geen complete, vaste muziekinstallatie bezitten, automobilisten al dan niet in de file, kampeerders. Terwijl er natuurlijk ook muziekliefhebbers zijn die Radio 4 per se uit de ether willen ontvangen omdat hun kabelaansluiting onvoldoende ontvangstkwaliteit biedt. Die categorie luisteraars wordt in de huidige discussie omtrent het voortbestaan van Radio 4 via de ether veronachtzaamd.

Eens in de paar maanden zet ik de tuner aan, meer uit nieuwsgierigheid om te kijken hoe lang de condensator het zendergeheugen in stand houdt dan om naar muziekprogramma’s te luisteren. In het midden van het land kan ik – als het om ‘klassiek’ gaat via de kabel keurig Radio 4, VRT Radio Klara, de Concertzender, Classic FM, WDR 3 (in het Noorden is dat waarschijnlijk NDR 3) en BBC 3 ontvangen. Elders misschien ook RTBF Musique 3. Alleen: de signaalsterkte is aan de zwakke kant blijkend het metertje op de tuner en er is tengevolge daarvan steeds sprake van een lichte ruisvloer die irriteert (in vergelijking met cd weergave).

En als ik zonder eerst een specifiek programma te kiezen op willekeurige momenten luister, is de muziek vaak op die ogenblikken niet van mijn gading of wordt deze onderbroken door reclame, ander commercieel gepraat, nieuwsberichten en voor mij irrelevant commentaar. Op papier zien Radio 4 programma’s als Middag- en Avondconcert, Componist van de week, Opera live, Zondagochtendconcert, Spiegelzaal en Zaterdagmatinee er best aantrekkelijk uit; ik zou er eens naar moeten luisteren om dat te verifiëren. De Top 50, De klassieken, Muziek aan tafel en in het algemeen snipperprogramma’s rond het eeuwige Adagio voor strijkorkest van Barber, de Valse triste van Sibelius, de Canon van Pachelbel en het zogenaamde Adagio van Albinoni stukken minder. Om maar te zwijgen van de blijkbaar schreeuwerige World Music Charts waar Henk Hofland zich onlangs in NRC/Handelsblad terecht aan stoorde.

Radioavonturen

Waardoor is sprake van die radioabstinentie bij me? Die is waarschijnlijk te beschouwen in termen van een luxeprobleem: waarom afhankelijk zijn van toevalstreffers en interrupties op de radio als ik voor elk moment van de dag, voor elke stemming en behoefte maar een greep hoef te doen in de cd en dvd-v verzameling om precies dat te kunnen beluisteren en bekijken waaraan ik op dat moment behoefte voel? Een bevoorrechte en atypische situatie, ik besef het.

Dat is wel eens anders geweest. Jarenlang was ik dolgelukkig met de radio en als een soort film voltrekt zich de ontwikkeling aan mijn geestesoog (oor). Dat begon als kleuter met de eerste radio thuis: een driedelig geval, bestaande uit een plaatstroomapparaat met een fraai opgloeiende radiobuis, een geheimzinnige zwarte doos met afstemknoppen in zenderfrequenties geijkt plus versterker en een ronde, losse luidspreker op voet. Een vroeg Philipsmodel dat illustreert hoezeer begin  jaren dertig vorige eeuw uit losse componenten opgebouwde hifi al bestond. Omdat die luidspreker was voorzien van een normale netsteker met alleen dunnere pennen heb ik als klein blaagje heb ik dat geval omdat ik muziek wilde horen en die steker in het stopcontact stak opgeblazen. Ik herinner me nog het soort laatste paukenslag en de afschuwelijke stank die dat veroorzaakte.

De volgende radio was tweedelig en bestond uit een loodzware in prachtige houten kast ondergebrachte tuner/versterker met KG, MG en LG ontvangstmogelijkheden en een losse luidspreker, alles opnieuw van Philips. Het ding heeft zelfs na de Tweede Wereldoorlog nog een poos dienst gedaan in min jongenskamer. Vlak voor die oorlog kocht mijn vader nog een prachtig gestileerde Tungsram radio met een fraai verlichte afstemschaal waarop de MG en LG zenders met naam en toenaam werden genoemd en met zo’n fascinerend groen kattenoog voor de zuivere afstemming.

Zelfs de KG bood boeiende, exotische ervaringen. Het was de moeite waard om je vaardigheden met het Morse alfabet eigen te maken om de scheepsberichten te kunnen ontwarren. Verder waren er vaak deinend op fading te ontvangen primitief klinkende praat- en muziekprogramma’s van ver weg of dichterbij van de Wereldomroep.

Tijdens de oorlog werd het stiekem gebruikt om naar de BBC te luisteren, dat allereerste driedelige apparaat was op bevel van de bezetter ingeleverd: we hebben het nooit teruggezien.

Na die oorlog opende zich vooral dankzij de radio en in wat mindere mate via de elektrische- en de koffergrammofoon een klein paradijs voor me als haast onverzadigbaar muziekenthousiast. Wat voor mij geschikte radioprogramma’s betreft, had ik een hele dienstregeling, die op zondagochtend zo ongeveer begon om elf uur met ‘La tribune du dicophile’ van Bruxelles, gevolgd door het vaste-prik-middagconcert uit het Concertgebouw en een avondprogramma van France Inter op de LG. Maandag was ’s avonds de beurt aan de NDR met een abonnementsconcert uit Hamburg, dinsdag aan Beromünster met een dito uit bijvoorbeeld Genève, enzovoorts, enzovoorts. Hoogtijdagen waren in de zomer met directe uitzendingen van festivals: het Holland Festival, Wenen, Salzburg, Edinburgh, zo ongeveer eindigend met de Londense Proms.

Eigen wensen en voorkeuren waren ook toen niet aan de orde, maar ik ben nog steeds erkentelijk voor het feit dat ik zo een enorm breed repertoire nader leerde kennen en letterlijk hoorde van beroemde of pas later beroemd geworden musici. Als niet alleen in muziek, maar ook in techniek geïnteresseerde puber begon toen ook het bouwen en experimenteren van eigen radio’s. Eerst heel fundamenteel en primitief met een kristalontvanger, spoelen, condensatoren en een koptelefoon (later geëvolueerd tot de lichtere, kwalitatief veel betere hoofdtelefoon). Wat was het geweldig wanneer die moeite werd beloond door daadwerkelijke ontvangst. Gekras, ruis, brom, de gillende Mexicaanse hond, vervorming nam je op de koop toe.

Later werd dat alles natuurlijk geëlektrificeerd aan de hand van bouwschema’s, bij firma’s als Vogelzang en Stuut & Bruin gekochte onderdelen. Echt van scratch af aan, beginnend met een aluminium chassis zagen en voorboren om voedingstrafo, elco’s, buisvoeten, potentiometers e.d. te kunnen aanbrengen en daarna al die weerstandjes, spoeltjes en condensatoren vast te solderen. Je kon toen alles nog handig en overzichtelijk in de vingers houden en je wist ook waarvoor het diende. Je kon verschillende concepten tot de ‘superheterodyne’ en ‘bi-ampli' toe uitproberen en vergelijken. De laatste zelfbouwradio’s heb ik tijdens de parate weekends in militaire dienst in Assen in elkaar geflantst aan de hand van kant-en-klare bouwpakketten. Dat was in 1953. Speciaal dankzij de komst van de lp had ik toen ook al de eerste vrij hoogwaardige versterkers met sophisticated klankfilters gebouwd. Ook heel leerzaam, dat experimenteren.

Intussen was op radiogebied ook FM ontvangst in zwang gekomen. Een grote stap richting ‘werkelijkheidsweergave’ met dat ver van 4 tot 15 kHz opgerekte frequentie- en dynamiekbereik, een feest om zo naar muziek, eindelijk compleet met klankkleur bepalende boventonen te luisteren, zeker toen het later allemaal ook nog werd gestereofoniseerd. Uit de beginjaren herinner ik me wel frustraties: de stoorgevoeligheid (passerende bromfietsen, Volkswagen kevers, Fiatjes 500/600, Citroëns Lelijke Eendjes waren een ramp), de fading, de ruis. Verre zenders kregen alleen een kans met een hoge antenne op rotor en bij geschikte atmosferische condities.

Als kwaliteitsbewuste radioluisteraar had ik tot eind jaren zeventig een 13-elements FM antenne op rotor op het dak staan. Niet alleen om intensief en zo lang mogelijk beschikbare programma’s te luisteren, maar vooral ook om de tests van FM tuners voor Disk praktisch te beproeven op hun gevoeligheid en selectiviteit. Toen rukte de kabel op, kwamen er antenneverboden en taande mijn belangstelling voor de radio. Nog steeds is FM ontvangst via een goede antenne gaver dan via de altijd meer aan vervorming, ruis en andere narigheid onderhevige kabel. Maar die vroegere antenne veroorzaakte ook narigheid: bij stormachtig weer veranderde het huis in een dreunende Helmholtz resonator en moest de rotor zodanig worden gedraaid dat de geringste last optrad. Ook bij onweer voelde ik me minder gerust. Voorbij allemaal.

Die hoogwaardige zogenaamd digitale Onkyo T 9090 tuner staat ongebruikt en in kabeltermen als vlag op een modderschuit nog paraat, net als de destijds ook niet geringe analoge Kenwood KT-1100 die met een losse antenne ook nog AM ontvangst kan leveren. Zelfs de Sony ICF-7600D wereldontvanger ligt al tijden ongebruikt in een kast. Ooit was het haast ontroerend om bijvoorbeeld in hartje Afrika en Centraal Australië, hoe primitief ook, even ‘goede’ muziek te kunnen horen. Of desnoods in een fjordlandschap een passende Noorse dans van Grieg. De mooiste herinnering op dit gebied is Messiaens Des canyons aux étoiles onder de mooiste sterrenhemel die ik ooit zag op de Maldiven. De ontbrekende orkestkleuren waren vanuit de herinnering makkelijk aan te vullen. Voor altijd terugkeren naar een in alle opzichten beperkende AM mono-ontvangst zou trouwens een ramp zijn, besef je op zo’n moment.

Of het symptomatisch en symbolisch is? In het eerste jaar van Discotabel, later incidenteel als invaller en nog weer later nog incidenteler als commentator bij Opera live kwam ik in het audiogebouw annex de Mufotheek in het omroepcomplex. Het bruiste daar altijd van het leven. De laatste keer dat ik als een soort noodhulpje opdraafde – Koninginnedag 2005 – wilde ik me daar gewoontegetrouw melden, dus betrad ik (vrij naar Janácek) een verontrustend ‘overwoekerd pad’. Het onkruid groeide bijna tot binnen waar alleen een eenzame portier zetelde. Het programma werd voortaan vanuit het TROS gebouw gemaakt

Uit het voorgaande kom ik waarschijnlijk te voorschijn als een geriatrische, dus afgeschreven elitaire, nostalgieke cultuurpessimist die verlangt naar de ‘vroegere, betere’ tijden. Soit. Maar ik ben wel van mening dat het schandalig zou zijn wanneer cultuurbarbaren als de raad van bestuur van de publieke omroep Radio 4 uit de ether willen halen ten gunste van het meer van hetzelfde biedende FunX dat de toch al oververtegenwoordigde luide popcultuur moet aanvullen.

Cynisch en fatalistisch gedacht verwondert de voorgestelde gang van zaken me nauwelijks. Die past namelijk geheel in het huidige tijdsbeeld waarin commercie (dus reclame), luistercijfers en lage cultuur letterlijk en figuurlijk de toon aangeven naar het voorbeeld van de tv waar dat allemaal nog een graadje erger is. Alles van waarde voor de klassieke muziekliefhebber verdwijnt successievelijk. Meestal met de stille trom. Neem alleen al de zondagmiddag. Weg is het vaste muziekprogramma meteen na Buitenhof op Ned. 3, weg ook C-majeur van de NCRV.

In breder verband geplaatst gaat het om ontwikkelingen waarbij alles wat te moeilijk, te abstract, te elitair of onbekend is moet worden uitgebannen. In het beste geval krijgt het een klein reservaat toegewezen. De platte belevingswereld is de maat aller dingen geworden. Nog erger, nog beschamender is de kruiperige angstvalligheid waarmee resten van de intellectuele elite zich manifesteren (denk aan het gedoe rond de dood van André Hazes). Steeds weer buigt die nederig voor de zelfbenoemde profeten en manipulators. Arme intellectueel, arme cultuurliefhebber. Over hun hoofden heen wordt een onverkwikkelijke cultuuroorlog uitgevochten, waarbij nu zelfs ook heel wat representanten van de gevestigde orde om het hardst heulen met de cultuurvijand. Hoogste tijd om bij de voortwoekerende Opstand der horden (in 1930 door Ortega y Gasset voorspeld) uit de schulp te kruipen, zich assertiever dan met boze lezersbrieven en e-mails uit de innere Emigration te komen. Waar blijft de ‘Opstand van de ware cultuurelite’ die zich niet langer indolent alle kaas van het brood laat eten? Als bijna 75-jarige zal ik die wel niet meer meemaken.         Vooreerst troost ik me maar met die vele cd’s en ook steeds meer muziek dvd’s. Probeer in afwachting daarvan bevestiging van culturele rampscenario’s te vinden in bijvoorbeeld het lezen van Theodore Dalrymple’s Beschaving of wat daarvan over is en de publicaties van cultuursocioloog Gabriël van den Brink.

terug naar index van Actueel Archief

Sponsors:

 

U mag gerust doneren.

Advertenties:

 


 

Sponsors:

U mag gerust doneren.